| |
het net lijkt alsof hij zich daar achter verschuilt. De imposante vocale uithalen waarmee Keita je de rillingen over de rug kan laten lopen, waren tijdens het Tilburgse concert begin mei dan ook erg zeldzaam. Zit hier een oude muzikant die zijn imposante carrière aan het afronden is? Na zijn grote successen in de jaren zeventig en vooral de jaren tachtig, waarin hij talloze samenwerkingen aanging, van Joe Zawinul, Vernon Reid tot aan Grace Jones, lijkt Keita terug bij af. De soms te sfeerbepalende elektronica op eerdere cd’s is verdwenen en M’Bemba, zijn laatste cd, al vier jaar oud inmiddels, is akoestisch. Terug naar de wortels is een beweging die wel meer muzikanten maken bij het klimmen der jaren. Keita veert op. ‘Ik houd eigenlijk niet zo van terug kijken. Dat M’Bemba een akoestisch album is, betekent geenszins dat ik de elektrische gitaren verbannen heb. Ik heb alleen het gevoel dat veel mensen genoeg hebben van synthesizers. Ik in elk geval wel.’
Papa en mama
Dat familiebanden in Afrika centraal staan in het alledaagse leven is bekend. Er zijn echter maar weinig muzikanten die daar zo uitvoerig bij stil stonden in hun werk. In 1999 nam hij een album op getiteld Papa en een jaar later droeg hij een cd op aan zijn moeder. ‘Zo lang je ouders nog leven, ben je nog jong. Als een van hen dood gaat moet je het zelf doen, zelf je verantwoordelijkheid nemen. Ik heb het erg zwaar gehad toen mijn vader overleed. Hij was een vriend. Iemand met wie ik kon praten, ook al was dat jaren lang niet makkelijk.’ Keita is een albino en dat is in Afrika niet alleen zeldzaam, het is vooral een slecht voorteken. Salif werd met de nek aangekeken in zijn omgeving. ‘Ik kon me als crimineel gaan ontwikkelen of de muziek in gaan.’Als afstammeling van Soundiata Keita, de dertiende-eeuws keizer van het Mandingorijk, was dat voor hem niet makkelijk. Hij brak met zijn familie en vertrok begin jaren zeventig naar Bamako, de hoofdstad van Mali, waar hij al snel in de Super Rail Band werd opgenomen, het legendarische door de staat gefinancierde stationsorkest waar ook Mory Kante deel van uit maakte. In 1987 kwam Soro, zijn baanbrekende debuutcd uit. De fusie van griotmuziek met veel funky elementen en smaakvolle synthesizerbegeleiding van die cd, geldt nog steeds als een mijlpaal in de muziek uit Afrika. Het succes dat hij behaalde, maar ook Salifs respect voor zijn ouders en zijn afkomst, brachten uiteindelijk weer harmonie in het contact met zijn ouders. Keita denkt dan ook genuanceerd over de waarde van tradities.
'Niet alles moet blijven. Het kastensysteem van Mali bijvoorbeeld mag wat mij betreft afgeschaft worden. Ik heb me daar bewust aan onttrokken en ben verheugd te zien dat steeds meer mensen dat doen. Jongere generaties in Afrika slagen er steeds beter in om een goede verbinding te leggen tussen de sterke familietradities en de hedendaagse realiteit. Maar dat is niet makkelijk. Zeker niet voor kunstenaars. We leven in een tijd waarin de economie de politiek domineert. Kunstenaars moeten vaak hun mond houden, zeker in Afrika. Daarom zijn Afrikaanse kunstenaars zo vaak op de vlucht. In eigen land worden ze met de nek aangekeken of vervolgd door het regime omdat ze rebels zijn. In het buitenland worden ze vaak meewarig beschouwd omdat ze uit Afrika komen.'
Geen rijst uit de hemel De toekomst van Afrika is een onvermijdelijk onderwerp bij veel Afrikaanse popsterren. De globalisering en vooral de toegenomen beschikbaarheid van informatie speelt daar een belangrijke rol in. Maar we moeten geen overspannen verwachtingen hebben. De obstakels zijn talrijk. De moed van jonge mensen spreekt me erg aan. Zelf iets waar willen maken en op eigen benen te willen staan. De rijst komt niet zo maar uit de hemel vallen. Je moet vechten om wat te bereiken. Ik zie die vechtlust bij jongere mensen steeds sterker aanwezig. Uiteindelijk zullen de jongere generaties Afrika gaan redden, daar ben ik van overtuigd.’ Over zijn eigen rol daarin als Afrikaanse wereldster toont Keita zich bescheiden en predikt hij vooral verdraagzaamheid. ‘Muziek is grenzeloos en blijft dus een ideale manier om gedachten uit te dragen. Niet voor niets speelt muziek een grote rol in alle wereldreligies. De godsdienst vindt gemakkelijker zijn weg met mooie muziek. Dat is voor mij ook een enorme drijfveer. Over wat dat teweeg brengt, denk ik niet al te veel na. In mijn muziek probeer ik tolerantie en de daaraan voor mij onlosmakelijk verbonden spiritualiteit over te brengen. Dat komt voort uit een innerlijke drang. Als er vijf of tien mensen zijn die zich tijdens een concert daardoor aangesproken voelen, ben ik al blij.’ |
|