home  
     
  archief  
  Masterplan voor Afrikaanse kunstsector  
  Rondtoerende dansgroepen, het kassucces van ‘Nollywood’ en internationaal meetellende kunstbiënnales in Dakar en Johannesburg. Cultureel Afrika zit in de lift. En wordt steeds meer een economische factor van belang. Tijd voor een structurele aanpak. “Waar hebben we het eigenlijk over als we spreken over al die eigenschappen die het continent Afrika vaak toegedicht worden? We kennen de excessen, de vernederingen, de armoede, de wanhoop, maar ook de schoonheid en de creativiteit waarmee Afrika vaak geassocieerd wordt. Maar gaat het dan over geschiedenis? Over cultuur? Economie? Ras misschien? Aan wie behoort het continent Afrika eigenlijk toe?” Schrijver Breyten Breytenbach wierp veel vragen op in de openingsrede van een conferentie over de versterking van de culturele sector in Afrika.  
 

Ruim vijftig sleutelfiguren uit de onafhankelijke Afrikaanse kunstwereld kwamen, samen met vertegenwoordigers van ontwikkelingsorganisaties uit Denemarken, Noorwegen, Canada en Nederland, vorige week bijeen in het Goree Instituut in Senegal waar Breytenbach directeur van is. De deelnemers bogen zich over de economische duurzaamheid van cultuur, kunstmanagement, internationale samenwerking en het uitwisselen van ideeën om de Afrikaanse lobby voor cultuur en ontwikkeling te versterken. De Nederlandse deelnemer in dit initiatief en organisator van de conferentie was het Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking (Hivos). 

Explosie van eigentijdse danskunst
De conferentiedeelnemers stelden een sterktezwakteanalyse op van de Afrikaanse kunstensector. Dat stemde soms zeer treurig. Er zijn natuurlijk veel problemen. Politieke instabiliteit in veel landen, armoede en gebrek aan kennis, ervaring en scholing zijn de belangrijkste. Een fors obstakel vormt ook het ontbreken van informatie over de culturele sector. Hoeveel kunstenaars zijn actief in welke disciplines en waar vinden zij hun belangrijkste afzetmarkten? Niemand weet het. Daarnaast ontbreekt het aan beleid, vooral bij overheden. Daardoor blijft er een enorme afhankelijkheid van buitenlandse initiatieven. Maar het is niet louter kommer en kwel. Er zijn ook positieve ontwikkelingen. In de laatste tien jaar is er in Afrika een enorme explosie geweest van eigentijdse danskunst. “Er is meer nieuwsgierigheid bij theaterprogrammeurs, maar ook bij publiek,” aldus Germaine Acogny, artistiek leider van de Senegalese dansgroep Jant-Bi, De Afrikaanse cinema is in ontwikkeling. Festivals als de Fespaco in Ouagadougou in Burkina Faso, het Cape Town World Cinema Festival en het Zanzibar International Film Festival professionaliseren. De Nigeriaanse filmindustrie is jaarlijks goed voor duizend (!) goedkoop geproduceerde op dvd uitgebrachte speelfilms. ‘Nollywood’ haalde in de afgelopen tien jaar tweehonderd miljoen dollar omzet. Dak’Art, de biënnale in Senegal, is uitgegroeid tot het belangrijkste podium voor Afrikaanse beeldende kunst en trekt publiek uit heel Afrika en daarbuiten. Dan is er natuurlijk de Afrikaanse muziek die een bijzonder rijke traditie heeft en al veel sterren heeft voortgebracht zoals Ali Farka Touré, Youssou N'Dour en Fela Kuti . 

Muziek als armoedebestrijding
Tijdens een van de conferentiesessies vertelde Ebo Hawkson van Musiga, een muziekvakbond uit Ghana, over de pogingen om het muziekbeleid te formuleren en te koppelen aan armoedebestrijding. In Ghana zijn naar schatting 50.000 musici actief. Harde gegevens ontbreken. Ghanese musici hebben lage inkomsten. Revenuen uit cd-verkoop zijn minimaal. Bekende musici kunnen alleen verdienen met optredens voor een klein hoog opgeleid publiek, een te geringe markt. De muziekvakbond in Ghana telt 5.000 leden en heeft met veel moeite een beleid ontwikkeld waarbij muzikanten getraind worden in managementvaardigheden, techniek, juridische zaken en digitale technieken.  Dankzij een succesvolle lobby is nu een verbeterde auteurswet  van kracht. Daarnaast is het muziekbeleid van Ghana, dankzij samenwerking met onder meer het ministerie van Toerisme opgenomen in het beleid van de Ghanese regering om armoede te bestrijden. Thans wordt hierover onderhandeld met de Wereldbank. Resultaten moeten nog worden afgewacht. Dergelijke initiatieven zijn niettemin hoopgevend en dienen als voorbeeld voor veel andere Afrikaanse landen, waar samenwerking en informatie-uitwisseling, laat staan het formuleren van beleid, een onbekend verschijnsel is. Een tastbaar en indrukwekkend initiatief waarin cultureel ondernemerschap en capaciteitsopbouw hand in hand gaan, betreft de Pamberi Trust in Zimbabwe. Grassroots Books startte in 1980 een boekwinkel en groeide uit tot een bolwerk van politiek radicalisme in het intellectuele leven in Harare. In 1987 breidde het uit met een cultureel centrum, een café en werd de naam Book Café. Het organiseert 500 optredens per jaar en ontwikkelt talloze activiteiten om artiesten te ondersteunen. Zonder subsidie. Paul Brickhill van Pamberi Trust: “We werken met veel partnerships. Artiesten worden betaald uit recettes. We voeren een woest marketingbeleid. Salarissen, huur en overhead worden gefinancierd uit horecaopbrengsten. Ontwikkelingsactiviteiten financieren we met fondswerving dat 20 % van onze inkomsten vormt.”

Opinieleiders
Aan de hand van dit soort praktijkvoorbeelden en de gemaakte analyse formuleerden de conferentiedeelnemers uitgangspunten voor een actieplan voor de komende jaren. Kennisvermeerdering, capaciteitsopbouw, uitwisseling en lobby vormen de pijlers. Maar hoe staat het met de uitvoering? Paul van Paaschen van het Hivos, initiatiefnemer van de conferentie: “Er is een groep van acht mensen uit Afrika geformeerd die een masterplan gaan maken voor de culturele sector in Afrika.” Is dat niet erg ambitieus? “Zeker, maar de conferentiedeelnemers waren zorgvuldig geselecteerd en zijn hoogwaardig gekwalificeerde mensen met veel internationale ervaring. Mensen als Breyten Breytenbach en Mike van Graan zijn opinieleiders. Het was erg opwindend om te zien hoe mensen elkaar bestookten met ideeën. Daarnaast gaan de verschillende fondsen en donororganisaties hun beleid en activiteiten beter op elkaar afstemmen om nog effectiever te kunnen zijn. Ik heb er veel vertrouwen in.”

Dit verhaal staat in de weekendbijlage van Het Financieele Dagblad

 

 
 
22-3-2007 | 22:24 terug
 
     
  Intro  
  Welkom op mijn weblog. Ik houd me bezig met journalistiek en marketing in de podiumkunsten. Ik schrijf voor Het Financieele Dagblad, Haarlems Dagblad, Kracht van Cultuur, Heaven Popmagazine en ben eindredacteur voor een tijdschrift over internationaal cultuurbeleid: SICA Magazine. Op deze verzamelplaats voor mijn teksten wil ik ervaringen delen. Reacties krijg ik graag op jos[at]josschuring.nl. Informatie over mijn andere werkzaamheden staat op www.josschuring.nl  
 
26-2-2007 | 23:49
 
     
     
  Conculega's:  
  www.simber.nl
www.wijbrandschaap.nl
www.loekzonneveld.nl
 
     
  Kijk ook eens op:  
  www.krachtvancultuur.nl
www.moose.nl
www.theatercentraal.nl
www.8weekly.nl