|
|
| |
Haarlemse theatermaker Fabian Jansen Met Ria Marks in Toneelschuurproductie |
|
| |
“Nee, ik ga niet meer zingen, anders heb ik morgen niets meer voor je,” zegt Fabian Jansen lachend tegen zijn regisseur. Zojuist heeft hij de longen uit zijn lijf geschreeuwd in een hilarische imitatie van de videoclip van Ironic van Alanis Morissette. De scène is een mooie illustratie van de acteerstijl van Jansen die lekker te keer kan gaan, maar ook heel beheerst kan spelen. Met Fabian Jansen lijkt Haarlem |
|
|
|
|
| |
een veelbelovende theatermaker rijker te zijn. Hij studeerde in 2005 af, is pas 23, vertaalde zelf een toneelstuk van de bekende Amerikaanse toneelauteur Neil Labute en weet zich omringd met louter routiniers. “Ik heb stage gelopen bij het Onafhankelijk Toneel en met regisseur Mirjam Koen klikte het wel. Dus toen ik haar vroeg voor de regie en vertelde dat ik het samen met Ria Marks, die ik kende van een stage bij Orkater, was ze direct positief. Toen heb ik de Toneelschuur gevraagd of zij dit samen met Onafhankelijk Toneel wilden produceren. De ondersteuning die ik krijg is enorm, ik kan zelfs permanent de Toneelschuurstudio gebruiken. Geweldig.” Jansen weet goed wat hij wil en is ambitieus. Dat blijkt onder meer uit het zelf vertalen van een toneelstuk. “Tijdens het lezen al voelde ik Nederlandse zinnen door mijn hoofd gaan. Ik ben gek op muziek en heb zelf ook in brassbands gespeeld. Een toneeltekst zie ik het liefst als een partituur. Tekst moet een goed ritme hebben en omdat ik dat tijdens het lezen al voelde, besloot ik het zelf te gaan vertalen. Best een risico natuurlijk, maar het bureau dat de auteursrechten exploiteert, verleende snel toestemming. Dat was een enorme opsteker.” In Door ‘t stof zijn we getuige van een gesprek tussen Ben en Abby, een dag na het instorten van de twintowers op 11 september 2001. Ben werkt voor Abby, maar is ook haar minnaar. Hij realiseert zich dat hij vanwege de ramp opeens een kans heeft op een nieuw leven. Immers, als hij niet zijn vrouw belt, zullen zij en zijn kinderen denken dat hij bij de aanslag is omgekomen. Hij kan ongezien met Abby verdwijnen. Maar Abbey is het daar niet mee eens. “Ik vond dat een prachtig uitgangspunt. Immers, iedereen gaat vreemd, ook je buurman. En iedereen denkt wel eens: hoe zou ik mijn leven indelen als ik opnieuw kon beginnen. Abby confronteert Ben echter met zich zelf. Dat levert een heftig gesprek op met een verrassend einde.” Fabian Jansen pakt zijn theatercarrière doordacht aan. “Vaak moeten jonge makers projectsubsidies aanvragen. Daar gaat veel tijd en energie inzitten. Ik probeer zelf zo veel als mogelijk mijn voorstellingen zelf te organiseren en zoek daarna dan een coproducent. Als ik dat vijf jaar heb gedaan en misschien met een eigen gezelschap subsidie aan wil vragen, heb ik hopelijk al een redelijke staat van dienst opgebouwd. Dat is voor een subsidiegever natuurlijk aantrekkelijk, omdat ze dan minder risico lopen.” Voorlopig pakt Jansen veel aan om ervaring op te doen. “Volgend jaar speel ik Dik Trom in een vrije productie. Daarna ga ik bij het Onafhankelijk Toneel samen met weer Mirjam Koen en anderen zelf een voorstelling maken. Dat wordt een tweeluik genaamd Vrede en oorlog. Dat we dat zelf op basis van improvisaties zullen gaan schrijven en maken is natuurlijk een prachtkans om veel inzicht te verwerven.” Uiteindelijk wil Jansen ook graag regisseren. “Ik zou mijn eigen gezelschap misschien willen opzetten zoals Beppie Melissen dat heeft gedaan met Carver, waarbij ik dus kan bedenken, spelen en regisseren.” Jansen woont sinds twee jaar in Haarlem. “Ik zocht na mijn toneelschoolperiode naar het Maastricht van de Randstad. Voor mij is dat Haarlem, lekker bourgondisch en toch ook wel chique.” 11 t/m 21 april in de Toneelschuur, tournee t/m 1 juni. Zie www.toneelschuur.nl
|
|
|
|
|
| |
|
|
| |
|
|
|
|
|